Achtergrond

Hypnose is in verschillende culturen al duizenden jaren bekend. Oude Egyptische afbeeldingen van zo’n 4000 jaar geleden laten al schijnbaar slapende personen zien, terwijl anderen zich bezig lijken te houden met een vorm van hypnose.

We ervaren allemaal wel eens spontaan dat we “even weg zijn geweest”. Je bent bijvoorbeeld een boek aan het lezen en schrikt op. Het blijkt opeens later dan je dacht. Ook tijdens autorijden komt dit verschijnsel veelvuldig voor. Vooral op trajecten die routinematig worden gereden, kunnen onze gedachten dusdanig afdwalen dat het soms lijkt of we een stukje hebben overgeslagen. Dit zijn voorbeelden van een hypnotische of een gewijzigde staat van bewustzijn.

Met hypnotherapie maken we gebruik van dit vermogen van de mens om even in een andere staat van bewustzijn te glijden. Het blijkt dat onder hypnose het onderbewuste toegankelijker is. Je bent zeer scherp en alert, maar de aandacht is naar binnen gericht. Een hypnotische staat is absoluut geen mysterieuze trance waarin je willoos bent. Integendeel, je houdt altijd de volledige controle over een hypnotherapiesessie en er kan niets gebeuren zonder je goedkeuring. Een hypnotische staat is een volkomen natuurlijk bewustzijnsniveau.  Normaal gesproken kan iemand zich na een sessie alles herinneren wat is voorgevallen.

_

De afgelopen jaren is hypnotherapie meer geïntegreerd in de reguliere geneeskunde. In sommige kinderziekenhuizen wordt hypnotherapie toegepast bij onbegrepen buikklachten. Ook in de verloskunde wordt hypnose ingezet om een bevalling zo soepel mogelijk te laten verlopen. En zo zijn er veel voorbeelden waar de toepassing van hypnotherapie een verzachtend en helend effect heeft.